Weigerambtenaren razzia
Voor de zoveelste keer is de “weigerambtenaar” onderwerp van discussie. Omwille van de duidelijkheid, we hebben het over de (gemeente)ambtenaar die huwelijken moet sluiten en morele of godsdienstige bezwaren heeft dat te doen voor homosexuele stellen. Langzamerhand begint deze zaak trekjes te vertonen van een gelijkhebberige “prinzipienreiterei”. Was het tot voor kort voldoende dat het verzekerd was dat homostellen in iedere gemeente konden trouwen door een homovriendelijke ambtenaar, nu wil men ambtenaren die morele bezwaren hebben bij het afsluiten van een “huwelijk” tussen homostellen op voorhand ontslaan. Genoeg reden om eens over na te denken.
Laten we om te beginnen vaststellen dat we hier in Nederland tamelijk geëmancipeerd zijn wat homorechten betreft en de acceptatie in het openbare leven. Het homohuwelijk is, in navolging van Nederland, slechts in een zeer beperkt aantal (Westerse) landen mogelijk (ongeveer 10). Zelfs de, niet altijd even smaakvolle, wat meer uitbundige en expliciete exposés van geaardheid in het publieke domein zoals bij Gay parades en TV presentaties leiden in ons land nauwelijks tot enige opwinding.
Geen rol meer voor geweten bij de overheid?
Het is voor mij dan ook de grote vraag wat in hemelsnaam de drijvende kracht is achter de beweging die uit alle macht de rol van het individuele geweten en de individuele norm in onze maatschappij wil terugdringen. Tien jaren geleden, toen in Nederland (als eerste) het burgerlijke homohuwelijk mogelijk werd gemaakt, werd het recht op het individuele geweten van de enkele ambtenaar die morele problemen daarmee had ten volle erkend. Uiteraard met het voorbehoud dat er in de gemeente altijd een ambtenaar van de burgerlijke stand aanwezig was die het huwelijk kon sluiten. Er zijn dus absoluut geen praktische, noch principiële bezwaren die een homohuwelijk in elke willekeurige gemeente in de weg zouden staan. Ik kan de huidige razzia op weigerambtenaren dan ook niet anders zien dan een opmaat naar het beperken van de gewetensvrijheid en de rol van morele bezwaren in bredere zin in onze maatschappij. Een opmaat naar het terugdringen van de rol van het bijzonder onderwijs om maar een onderwerp te noemen dat in dezelfde politieke kringen populair is.
Een argument dat ik pas geleden hoorde van een D66 Kamerlid was dat men er nu na 10 jaar toch langzamerhand aan gewend zou moeten zijn. Een grovere benadering van morele en gewetensbezwaren heb ik nog niet zo vaak meegemaakt! Alsof je over morele- en gewetensbezwaren wel heen groeit en er aan gewend raakt na een tijdje! De bescherming van morele waarden in onze maatschappij lijkt mij bij de aanhangers van deze argumentatie niet in goede handen!
Waarom bemoeit de Staat zich er mee?
Een ander gezichtspunt werd mij enige tijd geleden ingegeven door een artikel van Gied ten Berge in Trouw. Hij vroeg zich af waarom de Staat zich eigenlijk zo nadrukkelijk en exclusief bemoeit met een privé ritueel als het huwelijk. Met al die toeters en bellen inclusief speciale toga’s voor de Ambtenaar van de Burgerlijke stand die een voor deze gelegenheid geschikt toespraakje houden, inclusief het wisselen van trouwbeloftes en ringen in een voor dit doel speciaal feestelijk ingerichte zaal. Eigenlijk heel merkwaardig. Zet er nog een knielbankje bij en je hebt eigenlijk een kerkelijk ritueel! En het merkwaardigste is dat bij dood en geboorte, voor de burgerlijke stand toch minstens net zo belangrijke gebeurtenissen, er in het geheel geen ambtelijke rituelen worden opgevoerd. Bijvoorbeeld aangifte van geboorten in een speciale geboortezaal, aanbieding van de boreling met beschuit met muisjes en een feestelijk cadeautje of bij overlijden een treffende ambtelijke toespraak aan de rand van de groeve……… Integendeel, deze gebeurtenissen worden ambtelijk zakelijk (al dan niet aan het loket) afgewerkt. Er wordt bij die gebeurtenissen geen wissel getrokken op de moraliteit of het geweten van de ambtenaar en er zijn dus geen weigerambtenaren in die categorie.
Het lijkt er dus sterk op dat de gemeente de huidige situatie aan zich zelf te danken en de “weigerambtenaar” zelf heeft gecreëerd door zich “kerkelijke” rituelen toe te eigenen ten gemeentehuize. Daardoor heeft het simpele tekenen van een “huwelijksovereenkomst” een emotionele lading en toegevoegde betekenis meegekregen die verschilt met alle andere gemeentelijke acties.
Bij nader onderzoek blijkt dit vermoeden door historische feiten te worden gestaafd. Het burgerlijk huwelijk in Nederland is ingesteld door Napoleon tijdens de overheersing van de Nederlanden. De geboorte- trouw- en sterfregisters die tot dan toe door de kerken werden bijgehouden werden van de kerken afgenomen tijdens de zogenaamde “Culte de la Raison”, een volgens Wikidedia, “atheïstische, humanistische antigodsdienst” bedoeld als “alternatief voor de rooms-katholieke Kerk, die na de Revolutie verboden werd”. In de loop der tijd werden de normale verhoudingen hersteld maar het huwelijk bleef bij de staat die het “versierde” met de huidige toeters en bellen die niet terug te vinden zijn in het Burgerlijk Handboek. Daar is slechts sprake van puur administratieve en juridische handelingen, over ceremoniële riten wordt niets vermeld!
Mijn conclusie kan niet anders zijn dan dat er aan het geritualiseerde burgerlijke huwelijk zoals dat in Nederland wordt beleden bedenkelijke historische “schoonheids”vlekjes kleven. ook zonder het in 2000 toegevoegde homohuwelijk was het geritualiseerde burgerlijk huwelijk een vreemde eend in de bijt van burgerlijke ambtelijke regelingen. Zoals overigens ook al blijkt bij vergelijken van onze gewoonten en die in vele andere Westerse landen (bijvoorbeeld Engeland en de VS.), om maar niet te spreken over niet westerse gewoonten.
Bij de toevoeging van het homohuwelijk, waarbij het begrip huwelijk werd opgerekt tot een verbintenis tussen twee natuurlijke personen “van verschillend en gelijk geslacht” werd voorbij gegaan aan de in alle wereldgodsdiensten principiële relatie tussen huwelijk en voortplanting. Dat betekent, en ik citeer uit het betoog van socioloog en theoloog Gied ten Berge in Trouw:
“een versmalling en een verbreding van het begrip huwelijk. Weliswaar komen meer partner combinaties voor een “huwelijk” in aanmerking, maar er is ook een vervreemding ontstaan tussen mensen voor wie een huwelijk gerelateerd is aan voortplanting en mensen die een puur op sexuele relatie gebaseerde opvatting hanteren. Terwijl het systeem een nog veel ruimere definitie en daarom een ander gebruik van begrippen verdient. Want waarom zouden twee broers die hun leven lang voor elkaar gezorgd hebben, maar niet met elkaar naar bed gaan, niet met elkaar mogen “trouwen’?
Conclusie?
Laat ik voorop stellen dat wat mij betreft iedereen recht heeft op een ongestoorde en maatschappelijk geaccepteerde liefdevolle relatie. Dat, als er behoefte is om de gewenste juridische en maatschappelijke consequenties door de overheid te laten vastleggen en controleren, dit mogelijk moet zijn. Echter, problemen ontstaan als de overheid er op blijft staan alle samenlevingsverbanden te registreren onder de verzamelnaam “huwelijk”, een naam die al eeuwenlang gekoppeld is aan voortplanting, gezinsvorming en kinderen, en de daaraan verbonden morele lading.
Het zou aan te bevelen zijn ook in Nederland weer over te gaan tot het erkennen van het kerkelijk huwelijk ook voor de wet. In veel landen is dat het geval. Daarmee zijn de voornaamste problemen opgelost en komt iedereen tot zijn recht.
6 december 2011