Misbruik
Ik heb het gevoel dat ik er niet omheen kan om iets te zeggen over het door de commissie Deetman uitvoerig gedocumenteerde misbruik door Rooms Katholieke geestelijken. Zelf behoor ik tot de PKN (Protestantse Kerk Nederland), maar gezien de grote verwantschap die ik voel met onze RK mede-christenen maakt dat de ontreddering in mijn gemoed niet echt minder. Dat dit kon gebeuren (en in die omvang) in een Christelijke Kerk is verschrikkelijk. Boosheid en schaamte strijden om voorrang.
Ik heb het grootste deel van mijn (bewuste) leven eigenlijk doorgebracht in het zuiden van Nederland, in Limburg en Brabant. En ach, je hoorde weleens van zaken die niet geheel strookten met de veronderstelde celibataire levenswijze van RK geestelijkheid. Maar dat kwam dan niet verder dan vraagtekens bij de verhouding van de pastoor met zijn huishoudster. Een, laat ik maar zeggen, niet geheel onbegrijpelijke en tweezijdige “overtreding”.Een rijke bron voor grappen en roddelpraat. Maar misbruik van jongeren is andere koek, daarvoor zijn andere woorden.
Het is “zonde”, waarom zegt niemand dat?.
Ik ga hier niet uitvoerig de verontwaardiging die via de media naar buiten komt nog eens over doen, ik kom daar aan het eind op terug. Het rapport van Deetman is duidelijk genoeg. Die duidelijkheid mis ik tot mijn verdriet helaas in de reacties van de geestelijke leiding van de RK Kerk. Natuurlijk wordt uitgebreid erkend dat dit niet had mogen gebeuren, er wordt spijt betuigd en er wordt gesproken over financiële tegemoetkomingen aan de slachtoffers. Maar ik mis in de beschrijvingen rond dit drama het meest toepasselijke woord “zonde” en compassie met de slachtoffers. Zonde van individuele geestelijken, zonde van het instituut Kerk. Ik geef toe het klinkt misschien wat onverwacht, te plechtig en voor sommigen ouderwets, maar het is wel precies waar het volgens mij over gaat! En bovendien is “zonde” toch een begrip dat de kerk bekend moet voorkomen! Juist dat begrip tref ik niet aan in de kerkelijke uitspraken noch in de beschouwingen die in veelvoud aan deze zaak worden gewijd. Daarbij komt dat, als men tot de uitspraak zou durven komen dat er sprake is van zondig gedrag, er ook de mogelijkheid wordt geopend van een veelheid van boetedoening en penitentie waar de kerk in de voorbijgegane eeuwen veel ervaring mee heeft opgedaan. Het is te betreuren dat men, ik zeg het met pijn in het hart, tot dusver wel erg zakelijk reageert. Als een multinational bedrijf waar een productiefout is opgetreden. Als gevolg daarvan worden de mogelijkheden van verzoening vrijwel uitgesloten.
Wat er nu wordt uitgelokt is een uit de bocht vliegende verontwaardiging zoals door Bert Wagendorp verwoord in de Volkskrant van 17 december. In een column onder de titel “Pijdragers” loopt hij leeg over de “geile en pedofiele” kant van de RK Kerk. Over “seksbeluste pijdragers” en hun “interne kloostercultuur”, over de “schijnheilige namen” van de ordes die het allemaal nog wranger maakten, zoals bij de Broeders van Liefde (in opleiding) waar sprake was van “misbruik van eigen kweek.” Vooral het schaamteloos en systematisch ontkennen geeft aanleiding tot grove conclusies, door Bert Wagendorp samengevat als:
“Nederig zwijgen als het graf lijkt mij daarom het beste. Geen stichtelijk woord meer, geen moralistisch betoog of leidraad voor de gelovigen, geen encyclieken: gewoon de hypocriete bekken een hele tijd potdicht – liefst voorgoed.”
Dit laatste doet natuurlijk de deur dicht. Een oproep om de RK Kerk voor eens en voor altijd (mond)dood te maken.
Het is tegen deze achtergrond van bijna haatzaaiende hartekreten dat ik mijn pleidooi houd om expliciet en duidelijk deze zonde te bekennen en de consequenties daarvan te aanvaarden. Om Godswil.
24 december 2011
