Opleidingseisen voor ministers?
zondag, februari 5th, 2012Naemi Tahir sprak tijdens Buitenhof, deze week, in een column over “opleidingseisen voor ministers”. Die vrijmoedige column van haar brengt mij ertoe over dit onderwerp mijn gal te spuwen. Lezers, die ook weblogs op deze site uit voorgaande jaren tot zich hebben genomen, weten dat ik met liefde en plezier de klungelende tot het ministerschap geroepen hotemetoten en minkukels de maat neem. Het onderwerp werd in dit geval opgehangen aan nijdige opmerkingen van een lid van de vakbond. Deze beklaagde zich publiekelijk over het geringe intelligentieniveau en kennis van zaken van Onderwijs en Wetenschappen minister (Marja) van Bijsterveldt.
Marja van Bijsterveldt: “ik ben de minister!?”
Om even de puntjes op de i te zetten. Het betrof de uitlatingen van de vakbondsvoorman Marten Kircz, die na afloop van de recente lerarenstaking uitriep dat van Bijsterveldt “niet het intellectuele niveau heeft om minister van Onderwijs en Wetenschappen te zijn”. Hij verdacht de minister er ook van iedere morgen, als een kind zo blij, voor de spiegel te staan onder het uitroepen van:” ik ben de minister, ik ben de minister”. Je kon er natuurlijk gif op innemen dat dit soort uitlatingen tot opwinding zouden leiden onder de Haagse stolp. Verontwaardigde Kamerleden eisten verontschuldigingen. De vakbond distantieerde zich van de uitspraken en bood braaf excuses aan. Marten Kircz weigerde dat.
Ik wil er meteen maar aan toevoegen dat het mijns inziens buitengewoon waarschijnlijk is dat Marten Kircz gelijk heeft. Tenminste met zijn opmerking over het denkniveau. De sneer over de ochtend opwinding voor de spiegel is geestig en raak geplaatst, maar waarschijnlijk niet helemaal waar. Het is trouwens niet de eerste keer dat deskundigen vinden dat deze minister de plank volledig mis slaat. Dat bleek bijvoorbeeld na de demonstraties van de hoogleraren in 2011, toen duidelijk werd dat de minister geen benul had van wat hoogleraren eigenlijk doen. Ook toen stond breeduit in de krant dat deze minister onzin uitkraamt.
Het zou unfair zijn om van een minister als (Marja) van Bijsterveld met, volgens haar eigen cv, een basisopleiding verpleegkundige A, een diepgaande kennis of ervaring te verwachten op een beleidsterrein als Onderwijs en Wetenschappen. Maar tegelijkertijd wordt er van ministers wel leiding en sturing verwacht in zaken die op verscheidene ministeries uiterst complex zijn en waar grote belangen mee gemoeid zijn. Gebrek aan inzicht in de materie levert een dubbele handicap op. Enerzijds bemoeilijkt het de uitvoering van het eigen beleid en bevordert de afhankelijkheid van de ambtenarij binnen het ministerie. Anderzijds levert gebrek aan inzicht wantrouwen en irritatie op bij de bevolking en dat bemoeilijkt de acceptatie van nieuw beleid. Beide effecten zijn inmiddels bij het door van Bijsterveldt geleide ministerie waar te nemen.
Geen uniek geval
Het verhaal over Marja van Bijsterveldt hierboven is zeker niet uniek. Ik heb op deze website al eerder gewezen op onverantwoorde ( en controleerbaar foute)uitlatingen en lacunes in de kennis van Maxime Verhagen, onze minister van Economische zaken, Landbouw en Innovatie. Ook in dat geval kan een verband met een gebrek aan gedegen kennis van zaken van deze- van origine- historicus worden vermoed. Over brekebeen Hillen wil ik het hier maar niet hebben. Ik heb daar de afgelopen jaren meerdere columns aan geweid. In het verleden heb ik mij ook al eens bezorgd en kritisch uitgelaten over de achtergrond kennis van Maria Verhoeven (Minister van Onderwijs en Wetenschappen van 2002-2007), van beroep onderwijzeres aan het Lager Beroeps Onderwijs en de huidige topvrouw van het Internationaal Energie Agentschap in Parijs. Ook bij haar kennis en ervaring als voorbereiding voor deze belangrijke posities kunnen vraagtekens worden gezet.
Overigens bewaar ik goede herinneringen aan Laurens Jan Brinkhorst die als jurist/rechtsgeleerde terecht kwam op het Ministerie van Economische zaken van 2003-2006. Hij verkeerde regelmatig in onze regio en heeft voor de bloei van Brainport (High Tech Campus, Holst instituut) veel kunnen betekenen. Zijn voornaamste verdienste was het goed kunnen luisteren naar de lokale argumenten en het naar waarde schatten van de daadwerkelijke lokale synergie tussen kennisinstellingen, de high tech maakindustrie en het lokale bestuur. Zo kan het dus ook!
Opleidingseisen?
De keuze van ministers en staatssecretarissen voor de diverse ministeries is een duister proces. Een proces waar, zo vrees ik, kennis en kunde op het specifieke terrein van het ministerie slechts een ondergeschikte rol spelen. Ik ben geneigd dit soort benoemingen in hoge mate politiek te noemen. Beloning voor bewezen diensten, partijdiscipline en kennissenkring spelen een belangrijke rol. Plooibaarheid en bestuurlijke lenigheid winnen het in de praktijk van vakkennis van de materie. Niet alle ministeries zijn daar even gevoelig voor naar mijn idee. Een niet- jurist op Justitie bijvoorbeeld is volgens mij een grote uitzondering.
Op grond van de hierboven genoemde feiten zou het volgens mij gewenst zijn de benoemingen van ministers en staatssecretarissen uit het ondoorzichtige politieke circuit te halen Het formuleren van minimale functie-eisen (waaronder opleiding en ervaring) voor een aantal kernministeries zou daaraan een eerste bijdrage kunnen zijn. Het is eigenlijk buitengewoon merkwaardig en riskant dat wij belangrijke sleutelposities in onze maatschappij blootstellen aan ondoorzichtige politieke capriolen!
5 februari 2012




